Back

I: 1703-1712

Dynastieke afkomst

In ‘De Geschiedenis en Genealogie van het Geslacht van Scheltinga’, wordt Wybrandt Scheltinga genoemd als lid van het geslacht Scheltinga uit Dokkum. Volgens dit werk was Taecke Wybes Scheltinga te Engwierum getrouwd met Aefcke Luitjens. Uit dit huwelijk sproten drie kinderen voort; te weten Aucke Scheltinga, Saeck Scheltinga en Griethje Scheltinga. Helaas is deze tak niet verder uitgezocht, wel wordt vermeldt dat Wybe Tacke Scheltinga waarschijnlijk tot voornoemde afstamming behoorde.en 7 De naam Wybe Taeckes of Wybrandt Scheltinga werd ontleend aan het werk ‘Rusland en de ‘Nederlanden beschouwd in derzelver Wederkeerige Betrekkingen’, van de historicus Jacobus Scheltema. Hierin staat dat Wybrandt Scheltinga in Russische dienst de functie van schout-bij-nacht bekleedde. De link met de familie Scheltinga uit Friesland wordt verder niet uitgelegd en behalve de overeenkomsten in naam wordt geen verdere bewijsvoering aangedragen voor de afstamming van Wybrandt.en 8

De gegevens omtrent het geslacht Scheltinga zijn door Jacobus Scheltema ontleent aan het boek ‘Stamboom van den Frieschen, vroegeren en lateren adel’.en 9 Hierin staat dat Taecke Wijbes Scheltinga, die volgens. ‘Aantekeningen van de Raadsheer F.J.J. van Scheltinga’ de vader is geweest van Wijbrant (of Wybe) van Scheltinga, schout-bij-nacht in Russische dienst. Waarom de toevoeging ‘van’ hier wel wordt gebruikt is niet duidelijk. Jacobus Scheltema schrijft in ‘Rusland en de Nederlanden’ dat Wybrandt een neef was van Mr. Eco Scheltinga († 1746). Eco was de vader van Gerlacus Scheltinga, geboren op 15 april 1708. De dochter van deze Gerlacus was Johanna Wilhelmina Scheltinga († 1822). Zij was de moeder van de heer C.A. Munster Jordens, officier van Justitie bij de Arrondissement rechtbank te Deventer.en 10

In ‘De geschiedenis en genealogie van het geslacht van Scheltinga’, staat dat het wapen van Wybrandt Scheltinga gelijk was aan dat van Burgemeester Eco Scheltinga. De motivatie van deze bevinding ontbreekt echter.en 11 Om het wapen van Wybrandt Scheltinga te achterhalen hebben de auteurs van het stamboomboek zich gewend tot de heer Jordens. Volgens hem bestond het wapen uit twee rozen naast elkaar onder een dubbele adelaar. Na vergelijk met beschikbare Scheltinga wapens bleek dat op de afdruk de adelaar in elke klauw een roos hield en er zich een derde roos op zijn staart bevond. Dit wapen wordt door de auteurs van het stamboomboek dan ook aangedragen als het wapen van Wybrandt Scheltinga.en 12

Daarnaast vermelden zij dat de heer Jordens had gezegd dat hij zich nog zeer goed herinnerde dat zijn moeder hem meermalen had verteld dat haar vader, Professor Gerlacus Scheltinga, wel eens te kennen had gegeven dat het hem weinig moeite zou kosten om zijn afstamming van adellijk geslacht te bewijzen. Verder schrijft Jacobus Scheltema dat de heer Jordens, een brief in zijn bezit had, waarin staat dat Gustaaf Ernst Scheltinga in 1789 op de Russische vloot diende. Volgens deze brief zou Wybrandt Scheltinga met Dorethea Frobus zijn getrouwd. Uit dit huwelijk werden twee kinderen geboren. De luitenant kolonel Peter Scheltinga, die weer twee zoons en vijf dochters naliet, en schout-bij-nacht Alexander Scheltinga, die deelnam aan de ontdekkingsreis van kapitein Bering en twee dochters naliet. Wybrandt Scheltinga zou door Peter I in Rusland zijn geadeld. Hoewel hierover in het marinearchief in Petersburg geen aanwijzingen zijn gevonden, zou het kunnen dat Wybrandt Scheltinga naast zijn Friese adellijke titel ook nog eens door Peter werd geadeld. Adeldom verlenen was een politiek machtsmiddel van de Tsaar.en 13

Zeker is dat Wybrandt Scheltinga in Rusland de stamvader was van een dynastie die tot 1962 zou voorbestaan. Joeri Vladimir Scheltinga zou als schout-bij-nacht van de rode vlag, als laatste van zijn dynastie overlijden. De familie Scheltinga had daarmee gedurende 259 jaar 8 officieren voor de Russische marine geleverd.en 14 Deze scriptie richt zich op de stamvader van deze familie, Wybrandt Scheltinga, die als eerste van zijn geslacht overging in dienst van de Tsaar en zo aan de geboorte van de Russische vloot bijdroeg.

De stichting van St. Petersburg

In 1702 hadden de Russen het Zweedse garnizoensplaatsje Nyenskans, dat aan de monding van de rivier de Neva lag, veroverd. De gevangen genomen Zweden werden verbannen naar de verste uithoeken van Rusland. Na de verovering van Nyenskans verscheen een Zweedse vloot onder commando van de Zweedse admiraal Von Nummers voor de monding van de rivier de Neva. De brigantijn Astrild 8 en de galei Gädda 10 werden de rivier opgestuurd om de kusten te verkennen.en 15 Ongeveer twee mijl stroomopwaarts de rivier de Neva, zagen de Zweden dat het Russische leger zich meester had gemaakt van Nyenskans. De Zweden, in de veronderstelling zijnde dat de Russen geen schepen hadden, zagen geen gevaar en bleven de rivierkusten observeren.en 16

Hierop gaf Peter I orders om zo veel mogelijk lotkeysen 17de rivier op te sturen en de Zweden de pas af te snijden. De 2 Zweedse schepen probeerden nu haastig terug te keren naar de vloot, maar het was al te laat. Een contraire westerse wind, dwong de Zweedse schepen met de stroom mee te gaan. De Russen maakten gebruik van deze situatie en vielen de Zweden aan. De Zweden gaven zich op 17 mei 1702 over na een kranige verdediging. De buitgemaakte Zweedse schepen waren de eerste die Peter op de Oostzee bezat.en 18 Vlak daarna nam Peter het besluit om St. Petersburg te bouwen. Het graafwerk begon op 16 mei 1703, de datum van de stichting van St. Petersburg.en 19

Daarnaast wilde Tsaar Peter dat er een vesting bij het eiland Retusarien 20 gebouwd zou worden om de nieuwe stad te beschermen. Fort Kroonslot werd gebouwd op de zandbank aan de westzijde van het eiland. Alle schepen die naar en van St. Petersburg gingen moesten langs dit fort. Op het eiland werden drie batterijen geïnstalleerd, daarachter werd een haven gebouwd met fortificaties aan de westzijde. Deze batterijen werden genoemd naar Prins Alexander Mensjikoven 21, de Alexander Schans. St. Petersburg werd door deze strategische positie vanaf de Oostzee beschermd tegen Zweedse aanvallen.en 22

De Zweden vielen de nieuwe Russische posities in 1704 aan, zowel over land als over zee. Een leger van 8000 man bereikte de noordelijke oevers van de Neva, maar kon niet oversteken. Half juni werd Kotlin aangevallen door een oorlogsschip, vijf fregatten en zes kleinere vaartuigen. Deze aanval werd door de Russen afgeslagen.en 23 Tegelijkertijd stuurden de Russen voorraden over zee naar het leger dat voor Narva lag. Toen Narva op 20 augustus 1704 viel, overmeesterden de Russen 10 Zweedse galeien.en 24

Toen de fortificatiewerken bij Kotlin klaar waren, werden enkele Russische fregatten en snauwen te water gelaten. Deze schepen werden beschermd door de artillerie van het eiland en het fort. In de zomer van het jaar 1705 werd een Zweedse vloot gestuurd om de Russische fortificatiewerkzaamheden te stuiten en de Russische vloot te vernietigen. Admiraal Baron Anckerstierna voerde het commando over een vloot van 7 linieschepen, 5 fregatten en 10 kleinere schepen. Op 15 juni arriveerde deze vloot voor Kroonslot. De Russen hadden alle mogelijke voorbereidingen genomen. Acht fregatten lagen als eerste verdedigingslinie afgemeerd tussen fort Kroonslot en een batterij op het eiland. Een versperring van boomstammen lag voor de eerste linie schepen.en 25 In twee linies daarachter lagen snauwen en kleinere vaartuigen. Twee Zweedse aanvallen vonden plaats op 15 juni, eerst door 6 fregatten en daarna door 4 linieschepen, beide werden door de Russen afgeslagen. Op 16 juni en 21 juni voerde de Zweedse vloot een bombardement uit, echter zonder veel resultaat. Daarna trok de Zweedse vloot zich terug.en 26

Op 25 juli probeerde Zweedse infanterie onder het commando van kolonel Nieroth een landing op Kotlin uit te voeren, maar de kolonel koos een verkeerde plaats om te landen.en 27 De Zweedse soldaten stonden tot hun nek toe in het water, waardoor het buskruit van hun geweren nat werd. Terwijl de Zweden zonder dekking het eiland probeerden te bestormen lagen de Russen onder bevel van vice-admiraal Cruys achter de struiken en bomen te wachten. De Russen maaiden de belagers genadeloos neer. De Zweden verloren uiteindelijk 560 man, en hadden 114 gewonden. Terwijl onder de Russen slechts 29 doden en 50 gewonden waren gevallen. Na deze actie beperkten de Zweden zich tot het blokkeren van de Finse golf.en 28

De volgende jaren was er weinig actie in de Finse golf te bespeuren. In 1706 lag de Russische vloot bij Kotlin. Af en toe werd een schip ter verkenning gestuurd. Rond 1707 bestond de Russische vloot uit 11 fregatten, 7 snauwen en een aantal kleinere schepen. Negen buitgemaakte schepen en 40 nieuwe roeiboten bereikten Kotlin vanuit Narva. De Zweden waren blijkbaar niet in staat de Finse golf afdoende te blokkeren. In 1708 veroorzaakten de Russen enige schade op de kust van Finland terwijl de Zweden in Reval bleven, vanwege contraire wind.en 29

Eind augustus 1708 verschenen 22 Zweedse schepen voor Kroonslot.en 30 Tegelijkertijd stelde zich een leger van 14.000 man, onder leiding van de generaal Lybecker, voor St. Petersburg op. Deze strategie was door Karel XII bedoeld als manoeuvre om de aandacht van de Tsaar en zijn leger af te leiden terwijl een grootscheepse Zweedse aanval op Moskou werd ondernomen. Generaal Lybecker vernam via door de Russische generaal Apraksin verspreide valse inlichtingen, dat de stad zwaar versterkt zou zijn. Hierop trok de Zweedse troepenmacht met een boog naar het zuiden en westen door Ingermanland om St. Petersburg heen. Al snel was het Zweedse leger door hun voorraden heen. Toen het land niets meer opleverde slachtten ze hun eigen paarden. Lybecker en zijn troepenmacht zwierven doelloos door Ingermanland totdat ze de kust bij Narva bereikten. Aldaar beval generaal Lybecker de rest van de paarden te slachten, om niet in vijandelijke handen te vallen. Daarna ging de troepenmacht aan boord van de Zweedse vloot om koers te zetten naar Viborg.en 31 Dankzij dit geluk was de Tsaar in staat zijn vloot ongehinderd uit te breiden. In 1708 werden nieuwe galeien en 2 linieschepen met elk 52 stukken geschut aan boord te water gelaten. Deze schepen werden ingezet op het Ladoga meer.en 32

De rol van kapitein Scheltinga

In 1702 werd vice-admiraal Cornelis Cruys naar Nederland gestuurd om marineofficieren en zeelui voor de Russische marine te rekruteren. Al in juli 1703 kon Cruys 202 Nederlanders naar Rusland sturen. Onder deze groep bevonden zich 64 zeeofficieren. In 1704 werden nog eens 177 Nederlanders, waarvan 32 zeeofficieren, naar Archangel verscheept. In de maand juni van 1704 vertrok Cornelis Cruys weer naar Rusland.en 33 Het is niet zeker met welke groep Scheltinga naar Rusland ging, maar vanaf 1704 was Scheltinga in ieder geval in St. Petersburg gestationeerd. In Rusland verkreeg Wybrandt de rang van kapitein.en 34 Waarschijnlijk heeft Scheltinga vanaf dat jaar dan ook gevochten tegen Zweden vanaf Kotlin. Over zijn specifieke rol daarbij blijkt echter niets.

Op een lijst van getrouwde en ongetrouwde officieren die getekend was op 19 september 1705 in St. Petersburg, staat kapitein Wybrandt Scheltinga vermeldt als zijnde niet getrouwd. De vlagofficieren op dat moment waren vice-admiraal Cornelis Cruys en de twee schout-bij-nachts, Jan van Reez en Ivan de Bozzis.en 35 Uit deze lijst valt af te leiden dat Scheltinga toen werkzaam was op de vloot bij St. Petersburg. Waarschijnlijk had Scheltinga een functie bij de verdedigingslinie voor Kroonslot onder bevel van Cornelis Cruys. Zeker is dat kapitein Scheltinga in 1706 het commando voerde over een aantal schepen in het eskader van vice-admiraal Cruys, dat zich bevond bij Kroonslot. Van een echte vloot kan men op dat moment nog niet spreken, maar waarschijnlijk had kapitein Scheltinga het bevel over een schip dat de Russische troepen bij Narva bevoorrade. Vanaf 1707 tot 1709 was Scheltinga bevelhebber op het schip De Narva, dat onderdeel uitmaakte van het Kotlin-eskader van vice-admiraal Cruysen 36

Vanaf 1707 zijn er geschreven orders van kapitein Scheltinga in het marine-archief te vinden. Op dat moment had de kapitein het bevel over een klein eskader. Zijn bevelen handelden over seinen die in zijn eskader gedaan moesten worden. Deze seinen waren noodzakelijk voor de onderlinge communicatie tussen schepen. Dit werd doorgaans gedaan door middel van vlaggen die op bepaalde punten in het tuig van het schip werden opgehangen. Zo had elke kapitein een eigen kleur vlag. De signalen die vanuit het schip van de eerste kapitein van een eskader werden gegeven, hadden betrekking op verschillende zaken. Zo kon het signaal gegeven worden om in gevechtsformatie te gaan varen in geval de vijand in de buurt was. De grootste schepen van het eskader moesten dan achter elkaar in linieen 37 varen om vervolgens de vijand zo efficiënt mogelijk te kunnen beschieten.

Ook kon er een signaal gegeven worden om de vijand te enteren. Dit gebeurde meestal na het bombarderen van de vijandelijke schepen. De snelste schepen kregen dan het signaal om de vijand in te halen en langszij te gaan liggen. Vervolgens werd met een van man tot man gevecht geprobeerd om het vijandelijke schip te overmeesteren. Daarnaast werden in geval van weinig wind, signalen gegeven om voor anker te gaan. Deze orders werden door Scheltinga zelf ondertekend en hadden betrekking op negen kapiteins. Hieruit valt af te leiden dat Scheltinga op dat moment een zekere mate van invloed had op de vloot, hoewel hij net als degenen die onder zijn bevel stonden zelf ook nog kapitein was.en 38

De jaren 1706 en 1707 verliepen relatief rustig, en de vlootwerkzaamheden bij St. Petersburg beperkten zich tot het bouwen van schepen en het op verkenning sturen van eskaders. In mei van het jaar 1707 kreeg kapitein Scheltinga orders van admiraal Feodor Apraksin om met zijn eskader dat bestond uit een aantal schepen, snauwen en een branderen 39 te gaan kruisen aan de westzijde van het eiland Ritzaard, anderhalf mijl ten zuiden van Kroonslot. Scheltinga voerde op dat moment het bevel over de kapiteins Hay, Sivers, Bagh, de kapitein-luitenant Harbo en luitenants Helma, Smiths, Bredaal, Flaming en Traan.en 40 Indien de vijand waargenomen werd moest kapitein Scheltinga seinen met de vlag van de achterste vlaggenstok en met zijn eskader terugkeren naar de vloot bij Kroonslot. Scheltinga moest kanonsalvo’s afvuren om kenbaar te maken met hoeveel schepen de vijand aanwezig was.en 41 Over het verloop van deze missie blijkt verder niets. Vlootoperaties tijdens de eerste jaren werden op zeer beperkte schaal uitgevoerd. Verkenningmissies voeren niet verder dan net voorbij de veilige bescherming van fort Kroonslot.

In augustus kreeg luitenant Theunis Traanen 42 orders van admiraal Apraksin om zich met zijn brander onder het bevel van kapitein Scheltinga te plaatsen.en 43 Scheltinga gaf hem het bevel om met zijn brander de vijand op te zoeken en aan te vallen. Indien Traan het lukte een vijandelijk schip schade toe te brengen zou de kapitein een groene vlag van de stuurboordnok van de grote ra laten waaien met een kanonsschoot.en 44 Dit sein was bedoeld voor de rest van het eskader om zich bij het gevecht te vervoegen. Mijns inziens was het de bedoeling van Scheltinga de vijand door middel van een brander zo veel mogelijk schade toe te brengen en daarna de verzwakte vijand gezamenlijk te verslaan.

Op bevel van de Tsaar kreeg kapitein Scheltinga op 18 mei 1708 de opdracht om met zijn eskader van drie schepen, twee snauwen en een brander, de Oostzee op te gaan tot de kaap Krasna Gorka.en 45 Indien er vijandelijke schepen werden waargenomen moest kapitein Scheltinga zijn best doen om deze te overmeesteren. Indien de overmacht te groot was, zou hij de vloot daarvan op de hoogte stellen en zich daarbij vervoegen.en 46 Het is opvallend dat kapitein Scheltinga dit soort gevaarlijke missies moest ondernemen, want zeker in de beginjaren van de Russische vloot was het niet ongewoon dat er zich grote Zweedse eskaders op de Finse Golf vertoonden.

Dat Scheltinga niet slechts een kapitein was en vaak verdergaande bevoegdheden verkreeg, blijkt uit een reeks ordonnanties van vice-admiraal Cornelis Cruys. Cruys gaf kapitein Scheltinga het bevel een inventaris te maken van alle schepen en hun manschappen, onderverdeeld in buitenlandse en Russische manschappen. Daarnaast was de kapitein verantwoordelijk voor de controle van het proviand op de schepen en de training van de scheepsgardisten.en 47 De kapiteins op het eskader van kapitein Scheltinga in 1708 waren Bezemacker, Rees, Sivers, Schoonwijk; kapitein-luitenants Harbo en luitenants Smiths en Traan.en 48 Dit eskader had een andere samenstelling dan die van 1707. Waarschijnlijk omdat in de beginjaren van de Russische vloot de doorstroming van marineofficieren erg groot was en buitenlandse officieren met enige ervaring vaak snel een eigen commando verkregen.

Na de slag bij Poltava in 1709, waar het Zweedse leger een vernietigende nederlaag had geleden, lag het Baltische land voor de Russen open. Terwijl graaf Sjeremeteven 49 in het zuiden met 30.000 man de stad Riga belegerde, werd generaal-admiraal Feodor Apraksin met 18.000 man naar Viborg gestuurd om de stad te veroveren. Viborg was een belangrijke Zweedse vestingstad en vormde een bedreiging voor St. Petersburg. In 1706 was een aanval over land mislukt, maar nu kon Tsaar Peter zijn nieuwe vloot inzetten. Deze vloot bestond op dat moment uit fregatten en tal van galeien. Deze schepen waren zeer geschikt om landingsaanvallen en bevoorradingsmissies op de Finse kust uit te voeren.

Toen in April 1710 de zee grotendeels ijsvrij was voer het Kotlin-eskader uit onder aanvoering van vice-admiraal Cruys en Tsaar Peter I als schout-bij-nacht, met als doel het leger bij Viborg te bevoorraden. Kapitein Scheltinga voerde toen het commando over het schip De Narva.en 50 Het leger van Apraksin werd over zee met voedsel en manschappen voorzien, tot het uiteindelijk 23.000 man telde. Op 13 juni 1710 viel Viborg in handen van de Russen. In de loop van de zomer van 1710 veroverden de Russen achtereenvolgens de steden Riga en Reval. Geheel Lijfland en Estland waren nu in handen van de Tsaar.en 51 In de roes van overwinning verkreeg kapitein Scheltinga op 30 oktober 1710 vanwege zijn goede diensten aan Rusland een promotie tot eersteklas kapitein. Deze promotie werd door Tsaar Peter persoonlijk verleend. Kapitein Scheltinga was op dat moment de oudste kapitein op de vloot. Helaas wordt verder niets vermeld over de leeftijd van de kapitein.en 52

Naar Woronezj

In de herfst van het jaar 1710 werden vice-admiraal Cornelis Cruys en kapitein Scheltinga samen met een groot aantal andere officieren op bevel van de Tsaar in Woronezj ontboden in verband met de hervatting van de oorlog tegen de Turken.en 53 De Tsaar had al eerder tegen de Turken gevochten om een haven aan de Zwarte zee te bezetten. Dit liep echter op niets uit. Uiteindelijk maakte het vredesverdrag van Constantinopel op 3 juli 1700 een voorlopig einde aan deze oorlog. Peter I had toen zijn handen vrij om een oorlog tegen Zweden te beginnen maar was de mogelijkheid om de Turken te verslaan en een Russische haven aan de Zwarte Zee te creëren nooit vergeten.en 54 Na de slag bij Poltava was de Zweedse koning Karel XII naar het Ottomaanse rijk gevlucht, waar hij de Turken probeerde te bewegen tot een nieuwe oorlog tegen de Russen. Vanwege de glansrijke overwinning van de Russen bij Poltava voelden de Turken hier echter weinig voor. Toen de Tsaar expliciet van de sultan verlangde dat Karel uiterlijk op 10 oktober 1710 zou worden uitgeleverd, werd dit door de Turken als oorlogsverklaring opgevat. Natuurlijk hadden pro-Zweedse facties aan het hof van de Turkse Sultan een grote invloed gehad op zijn bereidheid een nieuwe oorlog te beginnen. Waarschijnlijk was dit net genoeg want op 21 november 1710 verklaarde het Ottomaanse rijk Rusland de oorlog.en 55

Volgens de manuscripten van Bridge waren Cruys en Scheltinga in het voorjaar van 1711 nog in St. Petersburg.en 56 Dit lijkt hoogst onwaarschijnlijk omdat volgens bronnen uit het marinearchief de vice-admiraal tijdens de eerste maanden van het jaar 1711 bezig was met het op orde brengen van de Zwarte Zeevloot.en 57Soo haast god wil en ik gezond blijve, sal op mijn komst in Waronitz nader inspectie van de scheepbouw nemen, soo ook in Asof van schepen magazijnen en haven en na vermoogen op alle verbeteringen mijn sentiment aan uwe majesteit adviseren.’en 58 Dat de Zwarte Zee vloot op dat moment al sterk verwaarloosd was blijkt uit tal van berichten van vice-admiraal Cruys aan generaal-admiraal Apraksin. Cruys vroeg dan ook meerdere malen om een goede timmermeester die schepen kon bouwen en herstellen.

Zo maakte Cruys melding dat het schip waar Scheltinga het bevel over kreeg, de Schorpioenen 59, samen met een aantal andere schepen; De Slapende Leeuw, Bloem des Oorlogs en De Schildpad te sterk verwaarloosd waren om te repareren. ‘Want die zullen nooit van eenige goede dienst zijn, de heeren Engelsen hebben daar wel sorg voor gedragen’.en 60 Waarom Cruys hier de Engelsen beschuldigde voor de slechte staat van de vloot is niet duidelijk, maar duidt op onderlinge concurrentie tussen de buitenlanders op de vloot. In een brief aan Apraksin meldde Cruys later dat het beter zou zijn om schepen te bouwen tot 36 stukken geschut, omdat de grotere schepen een te grote diepgang hadden waardoor ze vast kwamen te zitten in het ondiepe vaarwater.en 61

Vice-admiraal Cruys was belast met de centrale verantwoordelijkheid over de uitrusting van de Zwarte Zee vloot. Scheltinga moest toezien op de uitrusting van een aantal schepen bij Taganrog. Dat blijkt uit een brief met specificaties over welke goederen in Taganrog noodzakelijk waren.en 62 Daarnaast had kapitein Scheltinga de verantwoording over de reparatie en uitrusting van zijn eigen schip evenals de andere kapiteins.en 63

De Tsaar voerde tegen de Turken voornamelijk een landoorlog, maar uit een lijst van oorlogsschepen die in de campagne tegen de Turken ingezet zou worden, blijkt dat hij het niet louter bij een landoorlog wilde laten. Hiervoor werden zelfs schepen, die Cruys ongeschikt achtte, ingezet.en 64 Orders kwamen om een missie naar Constantinopel te ondernemen, maar gezien de slechte staat van de vloot deserteerde er een aantal matrozen. Cruys stelde daarom voor om een paar deserteurs op te hangen of voor de kop te schieten, anders zou het onmogelijk zijn deze missie te ondernemen.en 65

De inspanningen van Cornelis Cruys om de vloot in Azov op orde te brengen waren echter vergeefs, want de nederlaag van de troepen van de Tsaar tegen de Turken bij de rivier de Pruth, betekende het einde voor de vloot. Met het vredesverdrag dat in 1711 gesloten werd, bereikten de Turken eindelijk hun doel. De zee van Azov viel weer in Turkse handen en de Russische scheepswerven in Taganrog en Woronezj moesten worden gesloopt. De oorlogsschepen van de Tsaar werden deels aan de Turken verkocht en deels vernietigd. Het geschut van de schepen en ander bruikbaar materieel werd naar St. Petersburg en Archangelsk getransporteerd. De admiraliteit in Woronezj werd in augustus 1711 opgegeven.en 66

In augustus maakte Cruys zich gereed om samen met de voornaamste zeeofficieren naar St. Petersburg af te reizen.en 67 Vanuit de admiraliteiten bij Trojetsko, Zerkaskie, Taganrog en Woronezj werden grote groepen marinepersoneel naar St. Petersburg gestuurd, om daar de strijd tegen Zweden voort te zetten. Zo ook kapitein Scheltinga die op dat moment nog in Taganrog zat.en 68 In september werden de kapiteins Scheltinga, Edwards en Degruijter naar Moskou gestuurd. De rest van de zeelieden moest achter blijven om te besparen op de kas van de admiraliteit.en 69 Liever hield de Tsaar geld over dan dat iedereen veilig in St. Petersburg aankwam. In Moskou kreeg kapitein Scheltinga van vice-admiraal Cruys de opdracht om toe te zien op de manschappen die vanuit Azov via Moskou naar St. Petersburg op weg waren. Cruys vroeg daarbij aan Apraksin om de officieren en het gemene volk dat van Woronezj naar Moskou kwam, enigszins te helpen gezien de tijd van het jaar en het feit dat zij vrijwillig hadden aangeboden de reis te maken zonder betaling van de admiraliteit.en 70 Waarschijnlijk was de situatie in Woronezj zo erbarmelijk dat de officieren de reis nog liever zonder betaling maakten dan daar te blijven. Over het verloop van de reis van Azov naar St. Petersburg blijkt verder niets. Wel zijn er vanaf 1712 veel zeeofficieren die eerst een functie hadden op de vloot bij Azov, weer in St. Petersburg te vinden.

Wat het nut nu was van de zuidelijke vloot in deze tweede campagne tegen de Turken is onderhevig aan discussie. Volgens vele historici was deze vloot slecht uitgerust waardoor ze geen successen behaalde. De historicus Edward Phillips is echter een andere mening toegedaan. Volgens hem heeft deze vloot zich nooit echt kunnen bewijzen omdat Tsaar Peter er voor koos om de Turken te land te verslaan, hetgeen echter jammerlijk mislukte bij de rivier de Pruth. Voor zover bekend heeft de Zwarte Zeevloot geen ondersteunende functie gehad bij de bevoorrading van het landleger en op zowel de Zee van Azov als de Zwarte Zee is het nooit tot een echte zeeslag gekomen. Was dit wel zo geweest dan had de uitkomst wel eens in het nadeel van de Turken beslist kunnen zijn.en 71 Blijkbaar was volgens Phillips de Zwarte Zeevloot, hoewel slecht uitgerust, toch superieur aan de Turkse vloot. Tsaar Peter had nu in ieder geval zijn handen vrij om zich te wijden aan de oorlog tegen de Zweden in en rond de Oostzee.



Noten

1. Citaat van Karel XII zoals gevonden in; Hosmar, J., ‘Cornelis Cruys bouwde Russische vloot op. Amsterdammer in dienst van Tsaar Peter de Grote’, Ons Amsterdam 26/9 (1974) 258-263.

2. Een kapitein-commandeur staat aan het hoofd van een vlooteskader en heeft verscheidene kapiteins onder zich. Een kapitein staat onder direct commando van een kapitein-commandeur of een admiraal.

3. J. Scheltema, Rusland en de Nederlanden beschouwd in derzelver Wederkeerige Betrekkingen VI (’s Gravenhage 1817) 299, III 180.

4. J.S.A.M. van Koningsbrugge, The Dutch Republic, Sweden and Russia, 1697-1708, and the secret activities of Cornelis Cruys and Johannes van den Bugh in; Waegemans, E., Ed., Russia and the Low Countries in the Eighteenth Century (Groningen 1998) 56. RGADA, Fonds 329, 1703, Ed. Chr. 40, Cruys aan Golovin, 21.06.1703, RGADA, Fond 329, 1704 Ed. Chr. 69, Cruys aan Golovin, 23.05.1704, RGADA 329, 1704, Ed. Chr. 100, Overzicht van Nederlandse zee officieren die in Russische dienst traden, 01.05.1704. O.S.

5. Bronnen behelzende de geschiedenis van de Russische vloot I-III, ministerie van maritieme zaken (St. Petersburg 1865/1866).

6. G.J. Deder ed., Tagebuch Peters des Grossen vom jahre 1698 bis zum schlusse des Neustadter friedens (Berlin 1773) 519.

7. W. Wijnaendts van Resandt, Geschiedenis en genealogie van het geslacht Van Scheltinga van 1530-1939 (Arnhem 1939) 137.

8. J. Scheltema, Rusland en de Nederlanden beschouwd in derzelver Wederkeerige Betrekkingen VI (’s Gravenhage 1817)299. dl.III; 180.

9. Jr. Mr. de Haan Hettema, Mr A. van Halmael, Jr., Stamboom van den Frieschen, vroegeren en lateren adel, uit oude en echte bescheiden en aantekeningen en met bijvoeging van de wapens der onderscheidenen geslachten opgemaakt II (Leeuwarden 1848) 217-218.

10. Scheltema, J., Rusland en de Nederlanden beschouwd in derzelver Wederkeerige Betrekkingen IV (’s Gravenhage 1817) 299.

11. W. Wijnaendts van Resandt, Geschiedenis en genealogie van het geslacht Van Scheltinga van 1530-1939 (Arnhem 1939) 137.

12. Wapen van de familie Scheltinga zie pagina voor inleiding.

13. W. Wijnaendts van Resandt, Geschiedenis en genealogie van het geslacht Van Scheltinga van 1530-1939 (Arnhem 1939) 137. Scheltema, Rusland en de Nederlanden VI 299.

14. T.P. Mazur, Maritieme Dynastie Scheltinga in Russische Dienst (St. Petersburg 2000).

15. In de maritieme historie is het gewoon het aantal stukken geschut achter het schip te vermelden met een nummer. De scheepstypen worden uitgelegd in bijlage I...\vi/vi/doc0004.htm - bij1

16. R.C. Anderson, Naval Wars in the Baltic (Londen 1910) 138.

17. Scheepstypen zie bijlage I.

18. R.C. Anderson, Naval Wars in the Baltic (Londen 1910) 138. Zie ook; C.A.G. Bridge, ed., History of the Russian Fleet under the Reign of Peter The Great by a contemporary Englishman (1724) (Londen 1898-9)10. In dit laatste werk wordt beweerd dat de Zweden met een snauw 12 en een sloep 4 de rivier optrokken, helaas wordt hier geen datering gehanteerd en geen vermelding gemaakt van de Zweedse commanderende officier Von Nummers. De discrepantie tussen de scheepstypen weet ik alsnog niet te verklaren.

19. R. Massie, Peter de Grote en het ontstaan van het moderne Rusland 1672-1725 (Amsterdam 1985)327.

20. Retusari is de Finse benaming voor het eiland Kotlin. Retusari werd door de Hollanders meestal Ritzaard genoemd.

21. Alexander Danilovitsj Mensjikov was als boerenjongen geboren nabij Moskou op 27 november 1672. Mensjikov trad in dienst van de Zwitser Lefort als lakei. Door de humor en gevatheid van de lakei raakte Peter de Grote in bekoring door de jonge man en nam hem in persoonlijke dienst. Vanuit deze positie, een lage rang maar wel aan de zijde van de autocraat, wist Mensjikov zich op te werken tot een van de rijkste en machtigste mannen van het achttiende-eeuwse Europa. Mensjikov verkreeg in 1707 de titel prins van Ingermanland en werd schout-bij-nacht in 1718. Prins Mensjikov overleed in 1729. R. Massie, Peter de Grote en het ontstaan van het moderne Rusland 1672-1725 (Amsterdam 1985) 337.

22. C.A.G. Bridge, History of the Russian Fleet under the Reign of Peter The Great by a contemporary Englishman (1724) (Londen 1898-9) 10.

23. Het eskader van De Zweedse vice-admiraal De Prou bestond uit; Holland 50, Wrede 50, Ösel 50, Götheborg 50, Wachtmeister 48, Revel 36 en de Norrköping 50. In; R.C. Anderson, Naval Wars in the Baltic (Londen 1910) 139.

24. Ibidem, 139.

25. De grotere schepen van de Russische vloot waren op dat moment: Standaart 28, Michael Archangel 28, Sleutelburg 28, Kroonslot 28, Triomf 30, Derpt/ Dorpat 28, Narva 28, Fligel-Fam 28, Peterburg 28, Munker/ Moncoeur 14, Sant Yakim 14, Legas 14, Kopore 14, Yamburg 14 in; R.C. Anderson, Naval Wars in the Baltic (Londen 1910) 139.

26. R.C. Anderson, Naval Wars in the Baltic (Londen 1910) 139.

27. C.A.G. Bridge, History of the Russian Fleet under the Reign of Peter The Great by a contemporary Englishman (1724) (Londen 1898-9)12.

28. R.C. Anderson, Naval Wars in the Baltic (Londen 1910) 139.

29. R.C. Anderson, Naval Wars in the Baltic (Londen 1910) 140.

30. R.C. Anderson, Naval Wars in the Baltic (Londen 1910) 140.

31. C.A.G. Bridge, History of the Russian Fleet under the Reign of Peter The Great by a contemporary Englishman (1724) (Londen 1898-9)13. Zie ook: R. Massie, Peter de Grote en het ontstaan van het moderne Rusland 1672-1725 (Amsterdam 1985) 414.

32. C.A.G. Bridge, History of the Russian Fleet under the Reign of Peter The Great by a contemporary Englishman (1724) (Londen 1898-9)14.

33. J.S.A.M. van Koningsbrugge, The Dutch Republic, Sweden and Russia, 1697-1708, and the secret activities of Cornelis Cruys and Johannes van den Bugh in; Waegemans, E., Ed., Russia and the Low Countries in the eighteenth Century (Groningen 1998) 56. RGADA, Fonds 329, 1703, Ed. Chr. 40, Cruys to Golovin, 21.06.1703, RGADA, Fond 329, 1704 Ed. Chr. 69, Cruys to Golovin, 23.05.1704, RGADA 329, 1704, Ed. Chr. 100, Overzicht van Nederlandse zee officieren die in Russische dienst traden, 01.05.1704. Oude Stijl

34. Ministerie van maritieme zaken ed., Morskoi Spisok I (St. Petersburg 1885) 420, 421.

35. No.; 8 Rospis van getrouwde en ongetrouwde officieren en matrozen welke in St. Petersburg zijn. (19 september 1705 O.S.), Bronnen behelzende de geschiedenis van de Russische vloot III, ministerie van maritieme zaken (St. Petersburg 1866) 7.

36. Ministerie van maritieme zaken ed., Morskoi Spisok I (St. Petersburg 1885) 420.

37. Vandaar ook de naam linieschip.

38. RGAVMF (Kantselarij van de Admiraliteit 1697-1728), Fond 176, inv. 1, zaak 130; Particuliere zeijnen die gedaan zullen worden door den heer capt W. Scheltinga (op ’t schip de Narva 11 mei 1707 O.S.) 28-30.

39. Een brander is een oud schip dat volgeladen werd met explosieven en brandbaar materiaal, dat recht op de vijand werd afgestuurd om haar zoveel mogelijk schade toe te brengen.

40. RGAVMF (Kanselarij van de Admiraliteit 1697-1728) Fond 176, inv. 1, zaak 130; Particuliere zeijnen die gedaan zullen worden door den heer capt W. Scheltinga (op ’t schip de Narva 11 mei 1707 O.S.) 28.

41. RGAVMF Fond 176, inv. 1, zaak 130; Orders van admiraal Apraksin voor kapitein Wybrandt Scheltinga (op het schip de Olifant ten anker voor Kroonslot 7 mei 1707) 30-32.

42. Theunis Traan was in 1704 door Cornelis Cruys in Nederland aangenomen als onderofficier. In 1707 werd hij luitenant en kreeg het commando over een brander. In: Ministerie van maritieme zaken ed., Morskoi Spisok I (St. Petersburg 1885) 376.

43. RGAVMF Fond 176, inv. 1, zaak 130; 38 orders van Apraksin voor luitenant T. Traan, (11 augustus 1707 1707 O.S.) 38.

44. RGAVMF Fond 176, inv. 1, zaak 130; Particuliere seinen die bij kapitein Scheltinga gedaan zullen worden (Aktum in het schip de Narva zeilende voor de punt van Ritzaard 11 augustus 1707 O.S.) 38.

45. Zie geografische kaart.

46. RGAVMF Fond 176, inv. 1, zaak 130; Orders van de Tsaar voor kapitein Scheltinga (getekend op het schip de Domme kracht, ondertekend door admiraal Apraksin op 18 mei 1708 O.S.) 49.

47. RGAVMF Fond 176, inv. 1, zaak 130; Orders van vice-admiraal Cruys voor kapitein Scheltinga (getekend op het schip de Olifant ten anker voor Kroonslot 19 juli 1708) 52-53

48. RGAVMF Fond 176, inv. 1, zaak 130; Particuliere seinen die gedaan zullen worden bij kapitein W. Scheltinga (11 juli 1708) 51.

49. Graaf Boris Sjeremetev was veldmaarschalk van het Russische leger. Sjeremetev had tegen de Polen, Krim- Tartaren en de Turken gevochten. Hij was er de man naar om zich te houden aan Peters algemene orders dat het leger nooit risico mocht nemen, tenzij de situatie sterk in zijn voordeel was. Uit; R. Massie, Peter de Grote en het ontstaan van het moderne Rusland (Amsterdam 1985) 315.

50. No. 287; Rospis van de schepen van de Tsaar voor de campagne in 1710, Bronnen behelzende de geschiedenis van de Russische vloot I, Ministerie van maritieme zaken (St. Petersburg 1865) 197. No. 305; Lijst van schepen en hun commanderende officieren die op 1 mei 1710 van Kroonslot naar Viborg zullen zeilen O.S., Bronnen behelzende de geschiedenis van de Russische vloot I, ministerie van maritieme zaken (St. Petersburg 1865) 212. Zie bijlage II&III. Zie ook; Ministerie van maritieme zaken ed., Morskoi Spisok I (St. Petersburg 1885) 420.

51. R. Massie, Peter de Grote en het ontstaan van het moderne Rusland (Amsterdam 1985) 486.

52. No. 43; Promotie van Wybrandt Scheltinga tot eersteklas kapitein (30 oktober 1710 te St. Petersburg O.S.), Bronnen behelzende de geschiedenis van de Russische vloot III, ministerie van maritieme zaken (St. Petersburg 1866) 29.

53. Ministerie van maritieme zaken ed., Morskoi Spisok I (St. Petersburg 1885)421.

54. E.J. Phillips, The founding of Russia’s navy. Peter the Great and the Azov Fleet 1688-1714 (Londen 1995) 102.

55. R. Massie, Peter de Grote en het ontstaan van het moderne Rusland (Amsterdam 1985) 497.

56. C.A.G. Bridge, History of the Russian Fleet under the Reign of Peter The Great by a contemporary Englishman (1724) (Londen 1898-9) 17.

57. Voor een overzicht van de schepen van de Zwarte Zeevloot en hun bemanningen, zie: RGAVMF Fond 233, inv. 1, zaak 11; (blz 252-268) Zie bijlage IV.

58. RGAVMF Fond 233, inv. 1, zaak 11; Cruys aan Peter de Grote (3 februari 1711) 249.

59. Ministerie van maritieme zaken ed., Morskoi Spisok I (St. Petersburg 1885) 421.

60. RGAVMF Fond 233 (Kanselarij van generaal-admiraal Apraksin), inv. 1, zaak 11. Cornelis Cruys aan Apraksin (getekend te Trooitze 5 mei 1711) 44-46.

61. RGAVMF Fond 233, inv. 1, zaak 11. Cornelis Cruys aan Apraksin (getekend te Trojetsko 11 juni 1711) 70-71.

62. RGAVMF Fond 233, inv. 1, zaak 31; Waarschijnlijk: Wybrandt Scheltinga aan Apraksin (Taganrog 9 maart 1711) 736.

63. RGAVMF Fond 233, inv. 1, zaak 31; Wybrandt Scheltinga aan Apraksin (Taganrog 9 maart 1711) 735.

64. RGAVMF Fond 233, inv. 1, zaak 11; Lijste der oorlogs vloot soo deese campanje op de … van weegen sijner Czaarsen Majesteit teegen den Turk staat te aggeren (Geen jaar en datum) 208. Zie bijlage V.

65. RGAVMF Fond 233, inv. 1, zaak 11. Cornelis Cruys aan Apraksin (getekend te Trojetsk 15 augustus 1711) 94-95.

66. E.J. Phillips, The founding of Russia’s navy. Peter the Great and the Azov Fleet 1688-1714 (Londen 1995) 110.

67. RGAVMF Fond 233, inv. 1, zaak 11; Cruys aan Apraksin (Trojetsko 23 augustus 1711) 102, 103.

68. RGAVMF Fond 233, inv. 1, zaak 11; Cruys aan Apraksin , bijgevoegde lijst van officieren en mindere manschap die nodig zijn in St. Petersburg (Trojetsko 23 augustus 1711) 107-108. Zie bijlage VI.

69. RGAVMF Fond 233, inv. 1, zaak 11; Cruys aan Apraksin (Trojetsko 20 7bris 1711) 104.

70. RGAVMF Fond 233, inv. 1, zaak 11; Cruys aan Apraksin (Moskou 19 8bris 1711) 158-160.

71. E.J. Phillips, The founding of Russia’s Navy. Peter the great and the Azov Fleet, 1688-1714 (Londen 1995) 112.

 

Back